Columns

Lieve columnliefhebber,

Sinds een tijdje ben ik begonnen met het schrijven van columns. Daarin probeer ik niet per sé heel actueel te zijn, maar schrijf ik over onderwerpen en thema’s die me aan het denken zetten. Licht filosofisch zijn ze daardoor hier en daar wel, haha. Maar ik probeer vooral ook lekker luchtig te schrijven over dingen die – hopelijk – herkenbaar voor je zullen zijn. Ook tips en tricks om columns te schrijven zal ik jullie natuurlijk niet onthouden! Want hoe leuk is het om zelf wat op papier te kunnen zetten? En wat moet je dan uiteindelijk met zo’n column doen? Dat en meer kun je lezen op deze pagina!

Heb jij weleens een column geschreven? Of ben je het van plan? Laat het me weten! Ook goede extra ideeën voor op deze pagina zijn van harte welkom!

Liefs Renske

Column nr. 1: Go with the flow

‘Ja, prima’, zeg je met zoveel mogelijk enthousiasme, nadat je kleine broertje een film heeft uitgekozen op Netflix waar je dus eigenlijk totaal geen zin in hebt. Maar ach, discussie kost moeite – en al helemaal nu hij is gaan puberen, grrr. Dus heb je besloten om maar eens mee te gaan met wat hij zegt. En eerlijk is eerlijk, af en toe is dat gewoon makkelijker. Om andere mensen eens te laten beslissen wat leuk, gaaf, slim, grappig of het beste voor je is om te doen. Ik bedoel, kijk maar eens naar de hipste modetrends, de aanbevolen films (zeg niet dat jij toch niet altijd even snel de top in Netflix doorkijkt…?), de mega-über-modernste mobiele telefoon die je gewoon moet hebben, want ja de reclame zegt gewoon dat het cool is en oh, wat dacht je van die nieuwe chiazaad-kurkuma-super-shake uitproberen, omdat dat gewoon supergezond is? Het is gewoon relaxed om net als één van de miljoenen minions uit verschrikkelijke Ikke te volgen. Dat sommige dingen al voor je uitgestippeld zijn. Misschien is het gemakzucht, maar het is toch fijn. Heel controversieel is het dan ook dat we tegelijkertijd allemaal uniek willen zijn. Want het is niet fijn als iemand in dezelfde blouse van – ja, natuurlijk de H&M – loopt, of wanneer je buurman exact dezelfde lekkere BBQ worstjes heeft gekocht die jij gepland had voor je verjaardagsfeest en al helemaal niet wanneer je dé topvakantie voor een vet goede prijs gevonden hebt, wanneer de halve buurt naar hetzelfde oord blijkt te vertrekken. Opvallen in iets, of ja uitblinken zelfs, is iets waar we naar streven. Maar hoe vind je nou precies dat ene waar je goed in bent? Daar weten allerlei yoga types en mindfullness voorstanders wel raad mee. We moeten op zoek naar ons innerlijke zelf, vooral elke avond even twintig minuten mediteren en oh ja vergeet ook niet die biologische thee te drinken! Het zal vast werken voor een heleboel mensen, maar niet voor mij. Ik kan niet zo goed stilzitten en weet wel betere dingen waaraan ik die tijd kan besteden! Ik ben ervan overtuigd dat wanneer je iets hebt gevonden dat voor jou werkt – of waarvan je denkt dat dat werkt – dat dat je kan helpen om uit te vinden wie je echt bent. Maar voor je je zoektocht gaat beginnen, vraag je eerst eens even af of het wel zo zinvol is om op zoek te gaan. Wat wil je precies vinden? Juist. En dat maakt het lastig. Het is oké om af en toe een minion te zijn en te volgen. Niet alles hoeft helemaal uit jou te komen. Dat kan ook niet. We hebben als de humane soort het geluk dat we gemiddeld ongeveer 85 jaar worden. Ik denk dat we daarin van al die andere minions best veel kunnen leren over onszelf. Maar ook juist over al die andere mensen. En om hun te begrijpen is het af en toe gewoon nodig om te volgen. En dat is, tja, ook gewoon makkelijk – en scheelt weer die discussie over het eten van vanavond!

Column nr. 2: Typisch

‘Doe maar gewoon normaal, dat is al gek genoeg’, is een uitspraak die de meesten wel zullen kennen. Grappig, want in een wereld waarin social media een tweede – virtuele – wereld vormt, lijkt niets meer gek, uitbundig of extreem genoeg te zijn. De jongens van StreetLab hebben enorm succes met hun gekke stunts op YouTube, RTL late night maakt handig gebruik van internet bloopers om het programma een humoristisch aspect mee te geven en en check ook maar eens de vlogs van menig beroemd persoon. Nu hoor ik je denken; ‘ja ja, we moeten wat minder onze smartphone checken en meer in het moment leven, I know’, maar dat is – gelukkig voor jou – niet waar ik op doel. Neem eens heel eventjes de tijd om te kijken naar andere mensen. Op je werkplek, een familieverjaardag, de voetbalclub van je zoon, je woonwijk of in de wachtkamer van de tandarts. Kijk gewoon maar eens even naar ze. En wat zie je? Juist. Typisch hè? Zoveel verschillende mensen. De een enorme kletskous, die ander juist een enorme boekenwurm, een volgende is altijd en eeuwig druk (met wat eigenlijk…?), terwijl diegene daar niet de intentie lijkt te hebben om ook maar iets te doen en een laatste persoon sowieso geen besef van de wereld lijkt te hebben. Verbazingwekkend hoeveel verschillende karakters ik wel niet ken. En hoeveel mensen ken ik nou eigenlijk? Niet veel. En toch bij elke nieuwe ontmoeting gaat er weer een wereld voor me open. Nog nooit heb ik exact zo’n persoon ontmoet, denk ik dan weer. Want deze heeft toch net weer een beter gevoel voor mode of een passie voor paarden – die ik totaal niet snap. En met zo enorm veel typetjes op deze aardbol, vraag ik me af of het misschien zo gek nog niet is dat er af en toe fikse meningsverschillen zijn. Van een ruzie met je beste vriendin, tot aanslagen van IS of andere terroristische groepen en politieke onenigheid. Iedereen heeft zo zijn eigen belangen, omdat hij of zij nou juist dat typetje is. En dus net weer iets anders vindt dan Jan. Of Youssef. Wat ik dan wel weer eigenaardig vind, zijn de vertekeningen van de conflicten in de sociale media. Want hoe weten wij nou wat die zogenoemde idioten typeert? Dus doe maar gewoon een beetje normaal in die virtuele wereld, want er zijn al gekke types genoeg – zowel online als in real life.

Column nr. 3: Beestachtig menselijk

Hmmm, wat is het toch lekker om je na een enorm diepe slaap eens even lekker uit te rekken! Gewoon zo even je armen opzij, en ja ook even omhoog te gooien. En een diepe kreun daarbij mag natuurlijk niet ontbreken – dat snap je. Oh, over die gaap die erop volgt (en er al aan voorafging) nog maar niet te spreken. Dus op een doodgewone ochtend deed ik uiteraard – na een veel te korte, maar heerlijk diepe slaap – dit heerlijke ritueel. En daar kwam opeens een kriebelende nieuwsgierigheid vanuit mijn linker teen, die langzaam opborrelde richting dat koppie van me. En toen ik eindelijk een beetje bij zinnen (lees: wakker) was, snapte ik niet wat me bezielde dat ik me zo enorm had uitgesloofd met mijn uitreksessie. Ik leek wel een chimpansee! En toen ik de rest van de dag eens even goed oplette, ontdekte ik nog wat meer dierlijke trekken. Zo vloog de hik me een half uur lang om de oren, boerde ik na een flink glas cola en nieste ik zomaar wel vijf keer achter elkaar. En het nut hiervan? Geen idee. Maar ik begon wel in te zien dat wij misschien helemaal niet zo anders zijn dan die dieren. Want veelal rijst toch dat idee dat wij – de mens – superieur zijn aan het dierenrijk. Ik bedoel – wij zijn toch zeker meer waard dan zo’n langpootspin of de hond (die immers naar mij MOET luisteren)? En ik ontken niet dat ik dat ook, misschien onbewust, talloze keren heb gedacht. Ik bedoel, kijk maar eens naar de huizen, auto’s en talloze technische apparatuur die steeds beter wordt. Dat hebben wij, de superiore soort, toch allemaal mooi gemaakt. Geen krokodil of sprinkhaan kan daaraan tippen. Door die beestachtige trekken van onszelf, ben ik echter toch even gaan nadenken. Want dat verschil tussen mens en dier zit hem volgens velen in ons brein. Dat netwerk van neuronen waar menig wetenschapper eigenlijk nog precies niks van weet. En verder zijn we eigenlijk redelijk hetzelfde als die dieren. De een groter, de ander wat schubbiger of met meer haar. Maar veel behoeften zijn ook gelijk. Van seks tot emoties en inderdaad, uitrekken! Denk daar dus maar eens over na wanneer je de volgende keer je mond niet dicht kunt houden, omdat, tja, ehm… waarom eigenlijk?

 

Column nr. 4: Nieuwsgierig naar…

Ik had eens een vriend die alles, maar dan ook écht alles wist over Pokémon. Een tijdje terug wel inderdaad, we waren een jaar of 8. Hij kon ze alle 527 opnoemen, de bijbehorende eigenschappen vertellen en als klapper op de vuurpijl kon hij ze ook nog eens tekenen. Voor mij waren het maar rare wezentjes. Maar voor hem betekende het meer. Zelf heb ik altijd enorme passie (ja zo noem ik het zeker) gehad voor talen. Uren kon ik woorden door elkaar gooien in mijn hoofd, nadenken hoe talen met elkaar verweven zijn en was ik veruit de beste voor klassieke talen in mijn klas. Waarom ik dat leuk vind? Tja taal is een communicatiemiddel en het is gewoon – juist ja, gewoon – gaaf om bijvoorbeeld taalontwikkelingen te volgen. Of om mooie zinnen te maken. Waarschijnlijk interesseert jou taal veel minder. Best bijzonder hè, dat zoveel verschillende mensen totaal andere interesses hebben? En dat het heel vaak niet bij een interesse blijft, maar veel verder gaat dan dat. Denk maar eens aan de mooie voorbeelden van wetenschappers. Newton die een appel zag vallen en de zwaartekracht bedacht. En Watson en Crick die het DNA-model bedachten in de jaren ’70. Gewoon omdat ze zo graag wilden weten hoe het zit. Dat is het cruciale hier, geloof ik. We willen altijd blijven leren. Nieuwe dingen, soms andere dingen, maar vooral over dat ene waar we ’s nachts over dromen. En dat brengt ons waar we nu anno 2016 staan. In een wereld die gebouwd is door de mens. Met gebouwen, technologische shizzle waarmee je ik weet eigenlijk niet wat kunt, clones van zebravisjes en kennis over talloze andere zonnestelsels. Zullen we ooit alles weten? Kunnen we erachter komen hoe het gehele menselijk lichaam werkt en zo alle ziekten bestrijden? Zullen we ergens anders leven ontdekken en er naartoe kunnen gaan? En wat zal die megacomputer over 100 jaar kunnen? Ik denk dat het kan. Die enorme nieuwsgierigheid van de humane soort wordt namelijk door niemand afgepakt. En tot die tijd zullen we voor innovatie, verdieping, verrijking en verdere uitpluizing gaan van datgene waar we zo goed in zijn en waaraan we denken terwijl we even staren. Om dat dan natuurlijk vervolgens niet te vertellen aan degene die vraagt waaraan je zat te denken in je dagdroom. Want ja, wie zou het nou begrijpen als je zoiets als Pokémon mega tof vindt?